Recreatiewoning bewonen?

Recreatiewoning bewonen

Er is veel te doen om permanent wonen in een recreatiewoning. Gemeenten staan dit oogluikend toe, of willen dit niet toestaan en soms krijgt een overtreder zelfs een hoge dwangsom opgelegd om er een einde aan te maken. Op dit moment is het overigens al mogelijk dat je als bewoner een persoonsgebonden vergunning krijgt om toch in de recreatiewoning te blijven wonen. Het college van burgemeester en wethouders moet dan willen afwijken van het bestemmingsplan. Dat is niet verplicht. De voorwaarden waaronder kan worden afgeweken staan opgenomen in artikel 4 onder 10 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

  • de recreatiewoning voldoet aan de bij of door de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
  • de bewoning is niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden,
  • de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en
  • de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.

De grote vraag hier is hoe je aantoont dat je sinds 31 oktober 2003 onafgebroken in de recreatiewoning woont. De Vereninging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft daarvoor voorbeeldbeleidsregels ontwikkeld die gemeenten volgens de VNG zouden moeten toepassen.

De bewoner toont zijn bewoning aan met bewijsmiddelen die in ten minste twee van de hiernavolgende onderdelen a tot en met g zijn genoemd:

  • een bewijs van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie op het adres van de recreatiewoning;
  • bescheiden waaruit blijkt dat de recreatiewoning in de aangifte inkomstenbelasting is opgegeven als eigen woning en door de Belastingdienst als zodanig is aangemerkt;
  • een polis voor een ziektekostenverzekering waarbij als adres van de bewoner het adres van de recreatiewoning is vermeld, gevoegd bij een inschrijving van die bewoner bij een huisartsenpraktijk in de gemeente waarin de recreatiewoning is  gelegen of een aangrenzende gemeente;
  • bescheiden waaruit blijkt dat sprake is van een door burgemeester en wethouders genomen besluit met betrekking tot bekostiging van leerlingenvervoer vanaf het adres van de recreatiewoning;
  • door de werkgever van de bewoner aan die bewoner verstrekte jaaropgaven waaruit blijkt dat sprake is van een inkomen van die bewoner op het adres van de recreatiewoning;
  • bescheiden van een uitkeringsinstantie of pensioenfonds waaruit blijkt dat sprake is van een uitkering of pensioen van die bewoner op het adres van de recreatiewoning; of
  • bescheiden waaruit blijkt dat sprake is van een door die bewoner genoten huursubsidie, respectievelijk huurtoeslag op het adres van de recreatiewoning.

Neem contact met mij op wanneer u hierbij wilt worden geholpen, of bel 06 27 47 3885 voor een gesprek met u en/of uw mede parkbewoners.

 

 

 

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.