Maatschappelijk en Wonen

Maatschappelijk en wonen in Amsterdam

Het ziet ernaar uit dat een pand met een maatschappelijke bestemming aan de Van Eeghenstraat in Amsterdam binnenkort mag worden bewoond. De bestemming ‘maatschappelijk’ die voor het hele pand van vier etages gold was de afgelopen jaren niet in te vullen en dat zorgde voor langdurige leegstand. Doordat het stadsdeel Zuid nu een even eenvoudige als creatieve verruiming in het gebruik gaat toestaan, kan er straks worden gewoond en kan er een maatschappelijke functie worden uitgevoerd.

In het Parool van 10 februari 2013 viel al te lezen dat de vraag naar ruimte voor maatschappelijke bestemmingen in Amsterdam was afgenomen en dat veel van dat soort panden leegstond. Dit en het feit dat veel makelaars dit dagelijks aan den lijve ondervonden was voor het stadsdeel nog geen reden in om de gebruiksmogelijkheid voor wonen dan maar toe te staan. De eigenaar van het karakteristieke pand nabij het Vondelpark moest eerst aantonen dat hij zich had ingezet om een geschikte gebruiker voor de maatschappelijke bestemming te vinden. Een periode van een paar jaar waarin meer dan 250 maatschappelijke instellingen zijn aangeschreven bracht ook geen verandering in het standpunt van het stadsdeel dat een maatschappelijke invulling op deze plaats nodig was. Dit bleef zo tot uit een ruimtelijke onderbouwing van Gijsbert Gebiedsontwikkeling bleek dat een combinatie van wonen en maatschappelijk in dit pand heel goed mogelijk was. Uit de onderbouwing blijkt nu dat de ontwikkeling zoals dat is vereist ‘niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening’. Van belang is dat wonen kan worden toegestaan, wanneer de uitstraling van het pand ‘maatschappelijk’ blijft.

In goed overleg tussen stadsdeel Zuid, eigenaar en adviseur Gijsbert Voerman is nu een verhouding gevonden in gebruik voor maatschappelijk en wonen die aan alle wensen voldoet. Voordeel hiervan is verder dat een instelling een hanteerbare oppervlakte krijgt, in plaats van een heel pand. Dat dit is gelukt blijkt uit het feit dat er in de vorm van een instelling voor remedial teaching inmiddels ook een geschikte gebruikster voor de daarvoor gereserveerde ruimten in het pand is gevonden.

 

Gijsbert Voerman heeft veel ruimtelijke ontwikkelingen in Amsterdam van de nodige onderbouwing voorzien. Bent u ook geïnteresseerd in wat Gijsbert Gebiedsontwikkeling voor u in Amsterdam kan betekenen bij bestemmingsveranderingen, ruimtelijke onderbouwingen, planschaderisicoanalyses en planologisch advies? Neem dan telefonisch onder 06 27 47 3885 of via gijsbert@gijsbertgebiedsontwikkeling.nl contact op.

 

 

Proceskostenvergoeding

Besluit Proceskostenvergoeding bestuursrecht

Een proceskostenvergoeding in het bestuursrecht kan worden uitgekeerd wanneer het bestuursorgaan in strijd met het recht heeft gehandeld en u daartegen een bezwaarschrift of een beroepschrift indient. De adviescommissie of een rechter kan bepalen dat u op grond van uw bezwaarschrift of beroepschrift recht heeft op een proceskostenvergoeding. Door deze regeling kunnen wij in sommige zaken (nagenoeg) kostendekkend voor u werken. Hier leest u de integrale tekst van het Besluit Proceskostenvergoeding (per 3 november 2011)

 

Voorwaarden proceskostenvergoeding

Om voor een proceskostenvergoeding in aanmerking te komen gelden de volgende drie voorwaarden:

  1. Door een derde is aan u beroepsmatig rechtsbijstand verleend; dit is bijvoorbeeld zo wanneer ik voor u een bezwaarschrift, beroepschrift of verzoek om voorlopige voorziening indien;

  2. Er moet om proceskostenvergoeding zijn gevraagd; in mijn dienstverlening vraag ik hier altijd om;

  3. Het beslissende orgaan moet in zijn beslissing bepalen dat er wordt vergoed en hoeveel wordt vergoed; de vergoeding is maximaal € 437,00 per punt. De puntentelling staat in de bijlage bij het Besluit Proceskostenvergoeding.

Door deze regeling heb ik in procedures bij de gemeente en de rechtbank (nagenoeg) kostendekkend voor mijn cliënten kunnen werken. Bent u benieuwd wat ik voor uw zaak kan betekenen?, neemt u dan vrijblijvend contact met mij op.

 

 

 

Dwangsom en gesprek

Dwangsom en gesprek met de gemeente

Wanneer u u een dwangsom is aangekondigd  of zelfs al is opgelegd, is er alle reden om er nog eens een gesprek met de gemeente te hebben. Hierna vertel ik er wat meer over:

In de gemeente Medemblik voer ik op dit moment met meerdere bewoners van een recreatiepark een procedure tegen de regeling voor hun park in het bestemmingsplan. De gemeente wil permanente bewoning van recreatiewoningen hier niet toestaan en heeft aangekondigd in de toekomst een dwangsom tegen de permanente bewoning van de recreatiewoningen op te gaan leggen. Ondertussen zijn we met de gemeente in overleg om zonder verdere juridische procedures een goede regeling te krijgen waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke situaties van de bewoners.

In Zeewolde had de gemeente aan een exploitant van een paardenrecreatiebedrijf een dwangsom opgelegd omdat het vindt dat er permanent wordt gewoond op het recreatiecomplex. De eigenaar moest van de gemeente voor een deel van het complex ook een brandmeldinstallatie van € 15.000,- aanleggen. Omdat de gemeente vroeger al tal van beslissingen, waaronder vergunningen, heeft genomen voor dit perceel, hebben we afgesproken dat de plicht om de dure installatie aan te brengen wordt opgeschoven tot het moment waarop de gemeente aan de hand van een aantal concrete vragen het hele dossier nog eens goed heeft beoordeeld.

In de gemeente Dalfsen heb ik voor bewoners een uitgebreid gemotiveerd verzoek voor een persoonsgebonden gedoogbesluit voor permanente bewoning van een recreatiewoning opgesteld.

In de gemeente Doesburg regelen bewoners van een recreatiepark voor een groot deel zelf hun zaken met de gemeente. Wanneer ze dat nodig vinden nemen ze voor advies contact met mij op.

In Apeldoorn hebben we in reactie op een dwangsombesluit aan een betonvloerenbedrijf dat had uitgebreid, een ruimtelijk ontwikkelingsplan opgesteld dat nodig was voor het opstellen van een omgevingsvergunning voor het bedrijf.

De gemeente Deventer had een dwangsom opgelegd in verband met de herplantplicht op een perceel waarop zonder vergunning bomen waren gekapt. Omdat er bomen waren herplant hebben we een gemotiveerd verzoek kunnen doen om de dwangsom niet te hoeven betalen.

In de gemeente Zuidwolde zijn we in overleg om een bestemmingsplanregeling te krijgen voor een paardenhouderij/dressuurstal die daar al bijna 10 jaar in werking is en welke door de tijd is uitgebreid.

In de omgeving van Diever hebben we afspraken gemaakt voor het gefaseerd schoonmaken van een groot perceel landbouwgrond. Hierop waren materialen en was materieel opgeslagen. De gemeente wilde hiervoor een dwangsom opleggen.

Wilt u worden geholpen bij een dwangsom van de gemeente? Heeft u zelf ook te maken met een gemeente die u een dwangsom heeft aangekondigd en wilt u hierbij worden geholpen? Neemt u dan vrijblijvend contact met mij op per mail of telefonisch onder 06 27 47 3885. Ik help u dagelijks deskundig en snel aan oplossingen voor uw zaak.

 

 

 

Lagere dwangsom

Het college van Burgemeester en Wethouders van Deventer heeft na een bezwaarschrift een lagere dwangsom moeten opleggen. Het college had in een besluit bepaald dat de in een woning in Deventer aanwezige asbesthoudende materialen moesten worden gesaneerd overeenkomstig de in het besluit genoemde voorschriften van de Bouwverordening van de gemeente Deventer.

Volgens het besluit moest de belanghebbende:

  1. Vooraf een melding van sloop en sanering doen bij de gemeente;
  2. De saneringswerkzaamheden laten uitvoeren door een bedrijf dat in het bezit is van het SC-530 certificaat;
  3. Eén week voorafgaande aan de aanvang van het slopen de gemeente Deventer schriftelijk op de hoogte stellen van de data en tijdstippen waarop het slopen plaats zou vinden;
  4. Na sanering van de asbesthoudende materialen een onafhankelijk laboratorium een eindcontrole na asbestverwijdering aten uitvoeren om te bepalen of de gesaneerde ruimtes weer veilig konden worden betreden.

Wanneer niet of niet geheel aan dit besluit was voldaan, zou belanghebbende een dwangsom van € 25.000,- ineens moeten betalen.Omdat belanghebbende niet ten minste één week voorafgaande aan de aanvang van de sloop de gemeente schriftelijk op de hoogte had gesteld van de geplande sloop, had de gemeente Deventer daadwerkelijk een dwangsom van € 25.000,- opgelegd. Volgens het college kon nu namelijk niet worden vastgesteld of de sanering van het asbesthoudende materiaal overeenkomstig de voorschriften van de Bouwverordening had plaatsgevonden. Omdat belanghebbende de opgelegde dwangsom niet wilde betalen, werd een invorderingsbesluit genomen en dat besluit werd uiteindelijk aangevochten bij de Raad van State.

De voorzieningenrechter had (als kortgedingrechter) daarvoor al overwogen dat het college het bedrag een lagere dwangsom moeten opleggen (‘matigen’). De voorzieningenrechter had daarbij in aanmerking genomen dat belanghebbende aan twee van de vier onderdelen van de last had voldaan. Ondanks dat het college het hiermee niet eens was, vond de Raad van State dat de voorzieningenrechter gelijk had: In uitspraak 201301106/1/A1 http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=77374&summary_only=&q=deventer overweegt de Staatsraad:

Weliswaar dient het college in beginsel tot invordering over te gaan indien de last niet wordt nageleefd, maar bijzondere omstandigheden kunnen aan gehele of gedeeltelijke invordering in de weg staan. Het is ter beoordeling van de rechter is of die aanwezig zijn. ……. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, zoals het college ter zitting heeft toegelicht, de last is opgelegd om te voorkomen dat [wederpartij], zoals hij eerder telefonisch aan het college had medegedeeld, zelf de asbesthoudende materialen zou saneren in plaats van een gecertificeerd bedrijf dat te laten doen. Uit de zich in het dossier bevindende stukken en hetgeen ter zitting van de Afdeling is verhandeld, blijkt dat een gecertificeerd bedrijf heeft verklaard de werkzaamheden overeenkomstig de daartoe gestelde eisen te hebben uitgevoerd, dat dat bedrijf de melding heeft gedaan en dat de voorschreven eindcontrole heeft plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande zijn de asbesthoudende materialen door een gecertificeerd bedrijf gesaneerd en is in zoverre aan het doel waarvoor de last is opgelegd, voldaan. Voorts wordt in aanmerking genomen dat de last, anders dan het college betoogt, in vier onderdelen kan worden verdeeld nu de artikelen waarnaar het college in de last heeft verwezen uit verschillende gedragingen bestaan die het college grotendeels heeft overgenomen. Enkel het voorschrift dat ten minste één week voorafgaande aan de aanvang van het slopen de gemeente schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van de data en tijdstippen waarop het slopen, voor zover betrekking had op asbest, plaats zou vinden is niet nagekomen.

Het hoger beroep bij de Raad van State werd gegrond verklaard. Er moest een lagere dwangsom worden betaald.

Heeft de gemeente Deventer u ook een dwangsom opgelegd ? Neem contact met mij op wanneer u hierbij wilt worden geholpen.

 

 

Leegstandwet en verhuur

Leegstandwet en verhuur vastgoed

De Leegstandwet biedt de mogelijkheid om tijdelijk en zonder huurbescherming vastgoed te verhuren. Dit is mogelijk voor:

  • woonruimte in een aantal soorten ‘niet-woongebouwen’ die in afwachting zijn van een andere bestemming, sloop of renovatie;
  • woonruimte in een huurwoning in afwachting van sloop of renovatie;
  • woonruimte in een te koop staande koopwoning (nieuw of bestaand).

Het kan hierbij gaan om appartementen, portiekwoningen, grondgebonden gezinswoningen of zorggebouwen. Het kan ook gaan om voor bewoning geschikt gemaakte ‘niet-woonruimten’ zoals scholen, winkels, kantoor of bedrijfsruimte.

Tijdelijk herbestemmen Leegstandwet

Heeft het pand volgens het bestemmingsplan niet de bestemming ‘wonen’, dan kan de gemeente het gebouw maximaal vijf jaar tijdelijk een bestemming voor wonen geven. Om op basis van de Leegstandwet een huurovereenkomst af te sluiten, moet de verhuurder een vergunning aanvragen bij het College van Burgemeester en Wethouders. B&W mag een vergunning tijdelijke verhuur voor maximaal twee jaar verlenen. Daarna kunnen zij de vergunning verlengen, tot een totale duur van vijf jaar. Er is een wetsvoorstel dat dit verruimd naar 10 jaar. De maximale tijd voor tijdelijke verhuur van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie, wordt verlengd van vijf naar zeven jaar. B&W bepalen in de vergunning de maximale huurprijs. Dit maximum wordt berekend aan de hand van een puntenstelsel. Bij de vergunningsaanvraag moet de verhuurder, wanneer daarvan sprake is, aangeven dat hij kamergewijs wil gaan verhuren. De huurprijs zal dan per kamer worden vastgesteld aan de hand van het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte. Huurder en verhuurder kunnen geen hogere huurprijs overeenkomen.

Eisen huurcontract Leegstandwet

Het huurcontract duurt minimaal zes maanden. De huurder heeft een opzegtermijn van een maand, de verhuurder een opzegtermijn van drie maanden. De huurovereenkomst moet verwijzen naar de vergunning. Er moet in staan hoe lang de vergunning voor tijdelijke verhuur geldig is, welke huurprijs daarin is vermeld. De verhuurder moet de vergunning tijdig verlengen. Doet hij dit niet en blijft de huurder in de woning zitten, dan ontstaat een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De huurder heeft geen huurbescherming, behalve in de hierboven genoemde opzegtermijn.

Eisen Bouwbesluit Leegstandwet

Net als bij tijdelijke verhuur van woningen of kamers, geldt bij tijdelijke verhuur dat woningen moeten voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit stelt aan licht, lucht en hygiëne. In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat bij verbouw van kantoren naar woningen, de woningen aan de eisen voor bestaande bouw moeten voldoen.

 

Plan en met wie praat je dan?

‘De gemeente’ bestaat uit gemeenteraad, burgemeester en wethouders en ambtenaren en voor een omgevingsvergunning om te mogen bouwen moet u naar ‘de gemeente’. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is in zaken over omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen de hoogste bestuursrechter. In de zaken 201203326/1/R1 en 201207951/1/R1 is bepaald dat u heel goed moet snappen met wie u over uw plannen in gesprek bent bij ‘de gemeente’ en of wat u wordt verteld u ook het volle vertrouwen mag geven dat het allemaal goed komt.

Of u een vergunning voor uw plan krijgt, hangt vaak voor een belangrijk deel af van de regels in het bestemmingsplan. Voldoet  uw plan hier niet aan, dan kan ‘de gemeente’ van de regels van het bestemmingsplan afwijken. Is die afwijking eenvoudig, dan kan het college van burgemeester en wethouders van uw gemeente dat besluit nemen en u de vergunning geven. Het college kan deze bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan ook aan een ambtenaar (een afdelingshoofd een teamleider of zelfs een planbeoordelaar) hebben gegeven. Hij of zij handelt uw zaak af en u mag dan vertrouwen op wat hij of zij u daarover heeft verteld.

Wanneer u in overleg bent, is het dus altijd van belang dat u weet wie uiteindelijk de beslissing  over uw plan neemt. Dat is helemaal van belang, wanneer er voor uw plan een nieuw bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing moet worden opgesteld. Een nieuw bestemmingsplan wordt namelijk altijd door de gemeenteraad vastgesteld. In de zaken die ik hierboven weergeef, was alleen met ambtenaren gesproken en had het college van burgemeester en wethouders schriftelijk verklaard dat ze in principe wilde meewerken aan een bestemmingsplanherziening. Deze gang van zaken is wel gebruikelijk, want een ambtenaar bereid het besluit van het college voor en het college bereidt op zijn beurt het besluit van de gemeenteraad voor, maar toen het plan eenmaal bij de gemeenteraad werd behandeld, besloot de gemeenteraad toch maar om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt: dat uit de aard van de in de Wet ruimtelijke ordening vastgelegde procedure niet volgt dat de gemeenteraad gehouden is om een ter inzage gelegd ontwerpplan uiteindelijk ook vast te stellen. Het is aan de gemeenteraad om met inachtneming van eventueel ingediende zienswijzen een beslissing te nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan en het staat de gemeenteraad daarbij vrij om af te wijken van het ontwerpplan of te besluiten het plan niet vast te stellen.

De vraag is natuurlijk of u dit kunt voorkomen en dat u vooraf volledig zekerheid krijgt over of uw plan de eindstreep haalt. Het antwoord hierop is een beetje hoopvol en luidt: ‘soms wel’. De reden voor dit antwoord is dat u nooit vooraf kunt inschatten op welke manier uw plan onderwerp wordt van allerlei keuzes die in de politieke arena van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad worden genomen. Daar staat tegenover dat de gemeente bij een relatief ingrijpend bouwplan niet alleen maar kan meewerken nadat het bestemmingsplan is herzien. De gemeente kan ook kiezen voor medewerking met ‘een goede ruimtelijke onderbouwing’. De bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan met een goede ruimtelijke onderbouwing kan de gemeenteraad helemaal overdragen aan het college van burgemeester en wethouders en wanneer dat zo is, heeft u in ieder geval meer zekerheid dat uw plan de eindstreep haalt, wanneer het college heeft verklaard dat het in principe wil meewerken aan uw plan.

Planschaderisicoanalyse laten opstellen

Planschaderisicoanalyse laten opstellen

Wanneer u als ontwikkelaar, architect, bouwkundig tekenaar of als particulier een plan heeft dat alleen kan worden uitgevoerd, nadat een planologische procedure is gevoerd, zal de gemeente een planschaderisicoanalyse van u vragen. U moet dan een planschaderisicoanalyse laten opstellen en hieruit blijkt hoeveel schade iemand naar verwachting leidt door een nieuw bestemmingsplan of door een projectbesluit dat voor uw gebiedsontwikkeling nodig is. Die schade kan ontstaan door de waardedaling van een aanliggend object; bedrijf of woning. Op basis van de planschaderisicoanalyse, beoordeelt de gemeente onder welke voorwaarden het wil meewerken aan uw plan. Bij dit specialistisch werk help ik u voor iedere ontwikkeling in Nederland. Hiervoor heb ik toegang tot informatie over de waarde van panden. Alleen wanneer dat nodig is schakel ik de aanvullende kennis van een lokale makelaar in.

aa080e4134In de planschaderisicoanalyse die ik voor u opstel vergelijk ik de bestaande en de nieuwe planologische situatie, maak ik de schade inzichtelijk en denk ik met u mee over de manier waarop u deze kunt beperken en waarmee uw ontwikkeling dus door kan gaan. In de analyse houd ik onder andere rekening met wat rechters ‘normaal maatschappelijk risico’ voor een gedupeerde vinden (en wat dus nooit zal worden vergoed), wat de waarde van onroerende zaken is en op welke manier er schade optreedt. Waar nodig schakel ik de aanvullende kennis van lokale makelaars in. De informatie uit de planschaderisicoanalyse kan uiteindelijk belangrijk zijn in de afweging over het ontwerp van uw plan, de locatie, maar bijvoorbeeld ook op welke manier uzelf de schade beperkt of eventueel compenseert. Hierin denk ik met u mee.

Vraagt de gemeente waar dan ook in Nederland een planschaderisicoanalyse van u, of wilt een planschaderisicoanalyse laten opstellen en wilt u hier meer over weten, neemt u dan vrijblijvend contact met mij op of bel mij 06 27 47 3885.

 

 

 

Webshop en bestemming

Als je een webshop start en je weet niet of de gemeente daar tegen op kan treden, of je wilt een webshop starten zonder dat je daarvoor een vergunning wilt aanvragen, stel jezelf dan de volgende vragen:

1.    Heeft mijn webshop een ruimtelijke uitstraling?

Een webshop heeft  een ruimtelijke uitstraling wanneer:

–           de shop voor publiek is geopend, met en/of zonder afspraak;
–           er bij jou producten kunnen uitgeprobeerd, bekeken, afgehaald en/of betaald
–           je een voorraad van producten aanhoudt;
–           je een uitstalling voor de verkoop hebt.

2.    Als de shop een ruimtelijke uitstraling heeft, onderzoek dan of de shop binnen de regels van het bestemmingsplan past. Je kunt daar makkelijk achter komen door even een afspraak te maken met de front-office van je gemeente en daar (met begeleiding) het bestemmingsplan in te zien. Bestemmingsplannen kun je vaak ook digitaal raadplegen op de site van je gemeente.

3.    Als de shop niet binnen de regels van het bestemmingsplan past, kan de gemeente tegen je shop optreden. Je kunt dan een omgevingsvergunning aanvragen om af te wijken van het bestemmingsplan. Daarmee vraag je toestemming om je shop op de huidige locatie voort te zetten. Als de gemeente zo’n toestemming verleent, kan de gemeente daaraan wel weer voorwaarden verbinden. Denk aan openingstijden en regels voor de uitstalling.

Neem contact met me op wanneer je meer wilt weten.

 

 

Speelplaats kinderopvang

Speelplaats kinderopvang in tuin toegestaan ?

In zaaknummer 201009378/1/H heeft de Raad van State bepaald dat het gebruik van de tuin door de in het kinderdagverblijf opgevangen kinderen inherent is aan en  ten dienste staat van het toegestane gebruik van het pand als kinderdagverblijf.

Deze uitspraak geeft duidelijkheid over de bestemming ‘Tuin’. Gemeenten willen nog wel eens van mening zijn dat er voor de bestemming ‘Tuin’ het gebruik als buitenspeelplaats bij een kinderopvang niet zomaar toestaat. De Raad van State  bepaalt dus dat het (door een bestemmingsplan, vrijstelling of afwijking) toegestane gebruik van het hoofdgebouw bepaalt hoe je de tuin mag gebruiken. Dus: mag je in het hoofdgebouw wonen, kantoor voeren en maatschappelijke functies (zoals kinderopvang) uitvoeren, dan mag je de tuin zonder meer gebruiken ten dienste van wonen, kantoor en maatschappelijke functies.

Vergunning van rechtswege

Omgevingsvergunning van rechtswege, wat te doen ?

Wanneer u een omgevingsvergunning heeft aangevraagd, moet de gemeente hierop binnen 8 weken een beslissing nemen. Gebeurt dat niet, dan is er in de meeste gevallen ‘van rechtswege een vergunning ontstaan’ (een uitzondering hierop is bijvoorbeeld wanneer er alleen aan de gevraagde activiteit kan worden meegewerkt nadat het bestemmingsplan is herzien). Maar u kunt zich dan nog niet rijk rekenen, want de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een besluit alleen in werking treedt, nadat het is bekend gemaakt. De overheid zal dat dus eerst moeten doen door publicatie van de ‘van rechtswege vergunning’ in het lokale huis-aan-huisblad in uw gemeente. Daarna kunnen belanghebbenden nog bezwaar tegen ‘de van rechtswege verleende vergunning’ maken. Gebeurt dat niet, of wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard, dan kan de vergunning worden gebruikt.

Een ‘van rechtswege verkregen vergunning’ wordt niet altijd automatisch door de gemeente bekend gemaakt. Soms is daarvoor een ingebrekestelling en een beroep op de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ nodig. Laat mij contact met u opnemen wanneer u hierover meer informatie wilt.